Verslag van een Masterclass
Mariëtte Hoogsteder en Nuray Sönmez, MIKADO

Inleiding

In september 2004 organiseerde MIKADO in samenwerking met het Instituut voor Transformatie Psychologie een Masterclass over de Voice Dialogue methode en migrantenhulpverlening.
Voice Dialogue wordt als methode wereldwijd gebruikt voor therapie en coaching, om mensen bewust te laten worden van hun sterke kanten en de tegenpolen daarvan. De methode is gebaseerd op de invalshoek dat mensen veel verschillende facetten of ‘ikken’ kennen en dat deze afzonderlijk aanspreekbaar zijn (Halbertsma & Stamboliev, 2002; van Dijk, 2003).
Bij de organisatoren van de Masterclass leeft de idee dat Voice Dialogue als methode zeer bruikbaar is bij hulpverlening en coaching aan migranten. Vooral spanningen en dilemma’s die voortkomen uit verschillende (culturele) identiteiten zouden goed met Voice Dialogue kunnen worden verkend en opgelost. Deze veronderstelling sluit aan bij het belang dat migranten- en interculturele hulpverlening altijd heeft toegekend aan communicatie- en systeemtheorieën (Jessurun, 2002).
Aan de Masterclass namen twee trainers deel en twintig ervaren hulpverleners / coaches die in de geestelijke gezondheidszorg of het onderwijs veel met migranten[1] werken. Bijna alle deelnemers waren bovendien zelf eerste of tweede generatie migrant. Doel van de bijeenkomst was om de deelnemers te laten kennismaken met Voice Dialogue als methode en met hen mogelijke toepasbaarheid voor hulpverlening aan migranten te bespreken. Daarnaast waren de trainers op zoek naar partners in de ontwikkeling van interculturele Voice Dialogue. De Masterclass was dus niet alleen gericht op kennisoverdracht van de trainers, maar ook op uitwisseling van de deskundigheid van de migrantenhulpverleners met de trainers en met elkaar.

Robert Stamboliev MA, psycholoog, werkt als trainer / coach en is directeur van het Instituut voor Transformatie Psychologie. Hij stimuleert het gebruik van Voice Dialogue in Nederland en een aantal andere Europese landen sinds 1984.

Introductie in Voice Dialogue

Veel psychologische theorieën hebben de invalshoek dat de mens niet uit één ongedeeld ‘ik’ bestaat, maar uit vele ‘ikken’ (eigenschappen, delen, subpersoonlijkheden, stemmen, energie­patronen, archetypen). Voice Dialogue is ontwikkeld door het psychologenechtpaar Hal en Sidra Stone. Zij gaan er van uit dat al deze delen in een mens afzonderlijk aanspreekbaar zijn. Ieder deel, iedere subpersoonlijkheid heeft een eigen wil, gedachten, gevoelens en een eigen stem (Stone & Stone in Halbertsma & Stamboliev, 2002).

Deze delen zijn gerangschikt in polariteiten. Aan de ene pool bevinden zich de delen waarmee een persoon heeft leren overleven, bijvoorbeeld controlerend zijn, perfectionistisch, kritisch of andere rationele eigenschappen waarmee mensen leven en werken onder controle kunnen houden. Een ander voorbeeld waarmee veel mensen hebben leren overleven is het – voortdurend – behagen van andere mensen, aardig zijn. Aan de andere pool, de tegenpool, bevinden zich delen waarvan we ons minder of niet bewust zijn. Tegenover rationele eigenschappen staan emotionele eigenschappen en energieën, tegenover krachtige eigenschappen staan zwakke en kwetsbare eigenschappen. Tegenover het willen behagen staat het egoïstische deel.

Heel vaak blijkt dat we als mens niet goed kunnen functioneren in werk of in privé, wanneer we de tegenpolen, de verborgen kanten van onszelf niet kennen. We leven dan alleen vanuit onze overlevingsstrategieën, de primaire kant. Dat geldt voor personen, maar ook voor mensen die in organisatieverband met elkaar werken of in een gemeenschap met elkaar leven en zo een (sub)cultuur in stand houden waar bepaalde manieren van doen wel en andere niet gewenst zijn. Het kan ook gelden voor een gehele samenleving met daarin een dominante cultuur en – al dan niet geaccepteerde – minderheidsculturen.

Via Voice Dialogue wordt letterlijk een stem gegeven aan de verschillende delen van iemand. Deze delen kunnen primair / sterk zijn (ontwikkeld, veel aangesproken, nodig om te overleven), onontwikkeld, kwetsbaar of zelfs verstoten. Ieder deel kent eigen energiepatronen (houding, stem, lichamelijke spanningen, allerlei non-verbale uitingen) en zijn daarmee afzonderlijk herkenbaar.

Daarnaast wordt gewerkt aan een bewustzijn dat als het ware ‘boven’ de verschillende delen staat en deze delen bewuster kan aansturen, keuzes kan maken.

In tegenstelling tot veel andere methodieken, zal Voice Dialogue delen waarmee een persoon heeft leren overleven – de primaire kant – niet willen onderdrukken, maar eerder uitnodigen. Voice Dialogue wil mensen leren dat zij niet samenvallen met hun primaire deel (de denker, de perfectionist, de behager), maar dat dat deel een erkend deel is van hun persoonlijkheid.

Wat primair is en erkend is per (sub)cultuur verschillend. Afhankelijk van de setting kunnen andere primaire kanten naar voren komen om te overleven. In Nederland zijn de denker en de perfectionist gewaardeerde archetypen, in veel niet-westerse landen zijn lichamelijke of emotionele kanten meer gewaardeerd en rationele eigenschappen veel minder.

Voice Dialogue is een communicatiemethode, een manier om jezelf en anderen te leren kennen. Communicatie verloopt niet alleen mentaal / verbaal, maar ook lichamelijk en emotioneel; Voice Dialogue maakt van al deze kanalen gebruik. De methode is ontstaan als communicatiemethode voor partners in een relatie. Voice Dialogue is verder toepasbaar als methode voor zelfreflectie, coaching, mediation en psychotherapie.

Net als veel andere communicatie- en therapiemethodes, is de reikwijdte van Voice Dialogue afhankelijk van de reikwijdte en diepgang van de gespreksbegeleider. Een begeleider moet de stemmen / kanten die naar voren komen bij een cliënt op zijn minst kunnen ontmoeten en herkennen, en liefst ‘kennen’ bij zichzelf.

In Nederland geldt Voice Dialogue (nog) niet als een reguliere psychotherapievorm, maar behoort tot de alternatieve therapievormen (Van Dijk, 2003). Riagg Maastricht heeft al in de jaren ’90 deze methode ingezet voor haar eigen cliënten, zowel met een doorsnee psychotherapeutische als met meer complexe psychiatrische problematiek, zoals mensen die stemmen horen. Ook de cliëntenbeweging van patiënten die stemmen horen maakt gebruik van deze methode.

Twee voorbeelden: Paula en Hatice

Tijdens de Masterclass zijn twee demonstratiesessies geweest; twee coachingsgesprekken tussen een migrantenhulpverlener en Robert Stamboliev als begeleider. De overige deelnemers observeerden de gesprekken. De twee gesprekken waren reëel en geen rollenspel. De twee hulpverleners hadden zich van te voren bereid verklaard een thema in hun eigen leven en werk in te brengen tijdens een demonstratiesessie. De sessies duurden ongeveer een half uur. Het globale verloop van de gesprekken was als volgt: contact maken, context schetsen; (vitaal) thema eruit lichten; polariteit benoemen; primaire kant en andere delen stem geven; bewustzijn; integratie.

In welke mate de coachingsgesprekken een interculturele dimensie aan het licht brachten, was niet van te voren voorspelbaar. Wel ging het beide keren om hulpverleners die zelf een migrantenachtergrond hadden en met migranten werken of hadden gewerkt. Hierbij vind u het verslag van de eerste sessie.

Paula

Paula[1] had één keer eerder een coachingsgesprek gehad met Robert als begeleider. Sindsdien hadden ze elkaar niet meer gezien. Paula en Robert zitten tegenover elkaar op een stoel, zonder tafel ertussen.

Context en thema’s

Paula (P) introduceert waar ze het over wil hebben. Onderstaand zijn steeds samenvattende citaten. Robert (R) stelt tussendoor vragen ter verheldering (wat bedoel je met impasse? wat bedoel je met lethargie? kun je daar iets meer over zeggen?).

P:      Het lijkt alsof ik in een impasse zit in mijn werk. Ik merk dat ik allergie krijg van het feit dat ik me steeds als deskundige moet opstellen. Ik werk steeds meer intuitief en heb er last van dat ik daarmee afwijk van een methodiek. Ik heb een plan van aanpak, een methode, maar wanneer ik bij de cliënt ben vallen me ineens hele andere dingen op waar ik wat mee zou willen doen. Ik vraag me ook af of ik nog wel wil werken zoals ik doe, als zelfstandige, met alle stress die daarbij hoort. Als ik zou gaan werken met mijn eigen methodieken, zou ik de impasse kunnen aanpakken, maar ik voel lethargie.

Ik ben een ervaren trainer en presentator, maar ik heb steeds vaker het gevoel ‘wat kom ik hier eigenlijk vertellen, wat is nu echt belangrijk om te zeggen?’

R:     Ik zie aan de ene kant plannen van aanpak, methodieken en aan de andere kant je invallen, je intuïtie, je noemde dat zelf de vorige keer je Indische kant.

 P:      het lijkt wel alsof mijn intuïtie steeds meer ruimte vraagt en ik word daar een beetje zenuwachtig van.

Vitaal thema en polariteit

Het vitale thema lijkt te gaan over de integratie van denken en intuitie, struktuur en improvisatie. In deze polariteit is er sprake van twee belangrijke energiepatronen, de Denker/Struktuur en de Intuitie/Improvisatie.

Robert nodigt Paula vervolgens uit op een andere stoel te gaan zitten om met de Denker te praten. Paula kiest een stoel iets naar links in de ruimte. De Denker/Struktuur blijkt te zijn ontstaan in Nederland, heeft veel gehad aan studie en opleiding. In de vorige sessie is deze ook al uitgebreid aan bod geweest en heeft aangegeven wat de regels zijn waaraan Paula’s werk moet voldoen: wetenschappelijk onderlegd, goed voorbereid en gedocumenteerd. Verder moet zij zich houden aan de werkwijzen van het bureau waaraan zij verbonden is. Na een uitgebreide verkenning van deze stem ontstaat er ruimte voor de andere kant.

De tweede stem, Intuitie zit rechts van Paula. Deze is veel meer non-verbaal, er zijn veel stiltes maar kennelijk wordt er wel veel uitgewisseld tussen begeleider en client. Deze stem heeft voor Paula meer verbinding met haar Indische achtergrond. Ze voelt mensen aan, ziet energien. Intuitie zegt dat ze graag meer aan bod wil komen in Paula’s leven. Ze doet dat al voor een deel in een aantal situaties, zowel prive als in het werk. Vaak levert dit meer resultaat op. Ze zou dan ook graag zien dat Paula haar meer toestaat en gebruikt.

Terug in de uitgangspositie, in Voice Dialogue termen de plek van het Bewuste Ego, gebeurt er iets onverwachts. Paula zegt , in een bedeesdere stem dan voorheen, dat ze zich minder sterk voelt dan daarnet leek, het is alsof er iemand tussendoor komt. Robert vraagt of ze eens kunnen kijken wie dat is.

Paula staat op en gaat staan achter haar eigen stoel. Robert vraagt aan deze nieuwe, nog onbekende stem, hoe ze dat deed, er tussen door komen?

P:      Ik weet het niet hoe ik dat deed, maar het is niet bonton, het heeft geen cachet [kijkend naar de plek van Intuitie].

Zij wel [wijst naar de eerste stoel waar ze za, de Denker], met haar gestructureerd en planmatig werken.

[Weer kijkend naar de stoel van Intuitie] Het is alsof het niet past, alsof het niet mag.

Ik maak me zorgen over haar [wijst naar stoel Paula, Egopositie], dadelijk laat ze de boel klappen zonder dat er iets anders is. Net nu het bureau op de rails staat.

R:     Ik zou graag nog iets meer willen horen over de bezwaren ten opzichte van Paula’s intuitie. [Paula, die al die tijd vlak achter haar stoel stond, loopt nu iets naar achter en recht haar rug, de energie veranderd iets, wordt krachtiger en statiger] Kunt U zeggen wie u bent?

P:      Er komt iets heel boos naar boven. Je zal wel gek zijn om dat allemaal weg te geven wat je hebt opgebouwd. Ja ik ben inderdaad een U, die niet zomaar toestemming geeft om haar te laten komen. [Lange stilte volgt]

Ze is te gul, geeft te makkelijk haar intuïtie weg, terwijl dat in het verleden niet met respect is behandeld.

         Laat ze maar klooien met hun eigen methodieken. [stilte]

          Ze moet er ook voor oppassen, voordat ze het weet wordt het tegen haar gebruikt.

 R:     [tot staande Paula] Hoe is uw relatie tot haar [wijst op stoel Intuitie], weet ze dat u er bent? Zijn er situaties denkbaar waarin zij wel haar sterke kanten mag tonen?

 P:      Nee ik denk niet dat ze mij kent, dat zal de tijd uitmaken.

Voordat ze zich kan tonen, moet ze wel meer voor haar eigenzinnigheid gaan staan. Maar het heeft ook te maken met de buitenwereld, die intuïtie niet erkent en waardeert.

Integratie en nabespreking

Na enige tijd nodigt Robert staande Paula weer uit te gaan zitten op haar eigen, eerste stoel. Na enkele ogenblikken om deze stoel mee te nemen om naast Robert te komen zitten. Enige minuten zitten Paula en Robert naast elkaar. Er wordt niets besproken, geanalyseerd of opgelost, alleen aanschouwd wat er gebeurde. In termen van Voice Dialogue heet dit ‘gewaarzijn’.

Daarna gaat Paula weer terug met haar stoel tegenover Robert en ze bespreken de sessie. Dit is een moment van ‘integratie’. Ze bespreken of Paula herkende wat er gebeurde; De Denker, de Intuitie en een achter haar staand krachtig, statig maar ook bozig deel.

Paula voelde de boosheid, wrok en bescherming van haar ‘staande’ deel. Het voelde als nieuw, ze herkende die emoties niet van zichzelf, wel bij andere familieleden. Paula: “het voelde alsof ik een schat moet beschermen die ik niet weg mag geven. Tegelijkertijd ben ik zelf heel bevlogen in mijn werk”. Het bestaan van ‘staande Paula’ had haar dus verrast.

De sessie met Paula leverde een interessant intercultureel thema op, namelijk het ‘erfgoed’ van migranten, dat ze niet zonder meer willen delen met mensen buiten hun eigen etnisch-culturele gemeenschap. Dit thema bleek heel herkenbaar voor de overige deelnemers. De inhoud van dat ‘erfgoed’ kan per gemeenschap of zelfs per persoon verschillen, maar het bestaan ervan werd beaamd door bijna alle deelnemers. De weerstand om dit erfgoed te bewaren en niet – zonder meer – te willen delen heeft vermoedelijk alles te maken met erkenning en waardering door de dominante cultuur.

Hatice

Robert en Hatice hebben elkaar nooit eerder ontmoet. In de sessie wordt daarom enkele minuten genomen om kennis te maken. Ze zitten daarbij tegenover elkaar op een stoel, net als in de eerdere sessie.

Hatice is in Turkije geboren en op basisschoolleeftijd met haar vader, moeder en broer naar Nederland gekomen. Ze is nu een vrouw van in de veertig en geeft naar tevredenheid trainingen aan migranten.

Context en thema’s

Hatice introduceert waar ze het over wil hebben. Afgelopen zomer was ze uitgenodigd om in Turkije een lezing te geven over haar werk hier in Nederland. Ze was tussen haar kindertijd en nu al vaak in Turkije teruggeweest, maar nooit voor haar werk. In de weken voorafgaand aan de lezing merkte ze dat ze uiterst zenuwachtig, angstig en gespannen was. Het deed veel meer met haar dan ze had verwacht, en veel meer dan de aard en inhoud van de lezing rechtvaardigde. Dit wil ze graag bespreken in de sessie.

Robert vertelt Hatice dat hij dit wel een erg ‘groot’ en ‘diep’ thema vindt om in deze context te bespreken. Er is minder dan een half uur voor de sessie en ze hebben elkaar nog nooit ontmoet. Hij weet niet wat dit thema bij haar allemaal naar boven kan brengen, maar vindt het te gewaagd. Hatice begrijpt en beaamt dit. Robert gooit het dan over een andere boeg en vraagt ‘wat’ of ‘wie’ in Hatice een zo groot thema ‘even snel’ wil bespreken, en nog wel in een demonstratiesessie. Robert vraagt of hij kan spreken met de Hatice die vindt dat dit ‘moet kunnen’.

Vitaal thema en polariteit

Hierna volgt een gesprek met de stem die haar opjaagt, die vindt dat Hatice sterk moet zijn, alles moet aankunnen. Deze ‘primaire kant’ houdt geen rekening houdt met haar kwetsbaarheid. Het vitale thema blijkt te gaan over de balans tussen kracht en kwetsbaarheid. Via een omweg blijkt dit thema een grote rol te spelen bij de oorspronkelijke vraag, het overvallen worden door angsten bij haar nieuwe werk in Turkije. Conclusie is zich minder te identificeren met de krachtige kant en om beter en bewuster om te gaan met de tot dan toe ‘verstoten kant’, de kwetsbaarheid.

Integratie en nabespreking

Na eerst verbaasd te zijn geweest van het feit dat het thema dat zij zelf inbracht, door Robert niet werd geaccepteerd, is ze nu verrast door wat er toch nog uit deze sessie kwam. Ze erkent dat er stemmen in haar naar boven kwamen die er op dit moment toe doen in haar leven. Meer nog ervaarde ze tijdens de sessie dat het ‘personen’ zijn: “Ik ben echt al die identiteiten, ik voel dat ik dat ben.” Ze ziet een groot verschil tussen toehoorder zijn bij een sessie (zoals haar rol tijdens de sessie met Paula) of deelnemer in een sessie. Als toehoorder kun je nog denken dat iemand verschillende rollen speelt, maar als deelnemer voel je lijfelijk dat je die rollen bent.

De interculturele dimensie

Na de twee demonstratiesessies kwam expliciet aan de orde wat de mogelijke interculturele dimensies zijn van Voice Dialogue. Kan deze methode toegepast worden bij migranten en vluchtelingen? Zo ja, zijn er dan aanpassingen nodig? Een eerste inventarisatie leverde de volgende punten op.

Een van de eerste discussiepunten betrof de capaciteit van de begeleider om de diverse interne dialogen van de cliënt te kunnen begrijpen en in de sessie te faciliteren. Is het nodig dat de begeleider kan herkennen wat er bij de cliënt leeft aan interculturele stemmen, dilemma’s en deelpersonen? En zo ja, wat vraagt dat van een begeleider die zelf niet bekend is met de culturele achtergronden van de cliënt? Hoe kan een begeleider thema’s herkennen die te maken hebben met migratie, transitie en dominantie, als de begeleider die ervaringen zelf niet heeft?

Op zichzelf zijn deze vragen natuurlijk van toepassing op alle therapievormen, waarbij hulpverlener en cliënt verschillende achtergronden hebben. Uit de 2 voorbeeldsessies bleek dat het heel goed mogelijk is om – onvoorbereid – interculturele dilemma’s aan de oppervlakte te brengen. De begeleider hoeft niet uit eigen ervaring te begrijpen wat er in de cliënt leeft, maar moet wel kunnen aanvoelen (mentaal of lichamelijk) dat er sprake is van bijvoorbeeld spanningen. De mate waarin de begeleider sensitief is voor diversiteit bepaalt dan ook de mate van effectiviteit van de begeleider. Vervolgens zijn doorvragen en uitnodigen noodzakelijke gesprekstechnieken. Een begeleider stuurt het gesprek, maar bepaalt niet het einddoel. De cliënt is op reis en kan de begeleider meenemen.

Een volgend discussiepunt betrof de toepasbaarheid van de methode bij laagopgeleide eerste generatie migranten. Voor een effectieve Voice Dialogue sessie is het van belang dat de cliënt gemotiveerd is om met de begeleider de diverse kanten van zijn vraag/probleem te onderzoeken. Dat onderzoek kan zich richten op interne dilemma’s (b.v. aan de ene kant wil ik graag in Nederland oud worden en aan de andere kant wil ik oud worden in mijn geboorteland); op somatische klachten (ik heb hoofdpijn) en op externe factoren (b.v. het komt allemaal door mijn baas). Enig reflectief vermogen is daarbij van belang. Een cliënt die niet open staat voor dergelijk onderzoek kan beter met een andere methode worden geholpen.

Sommige deelnemers vroegen zich af of met de methode te werken is wanneer de begeleider en de cliënt niet (voldoende) dezelfde taal spreken. Robert Stamboliev heeft goede ervaringen met Voice Dialogue sessies in aanwezigheid van een tolk. Het werken met een telefonische tolk is af te raden. De subtiliteit van de verschillende stemmen is telefonisch niet goed over te brengen.

Ook vroegen deelnemers zich af of de methode niet te snel en te direct is als werkwijze voor veel migranten. De ’speelse’ elementen van positie wisselen en stoelen verzetten zullen vermoedelijk niet bij iedereen aanslaan.

Veel migranten komen uit een wij-cultuur, waarin het vaak al moeilijk is te denken in termen van ‘ik’, laat staan in termen van meerdere ‘ikken’. Het is dan ook de kunst van de begeleider om in zijn taalgebruik bij de context van de cliënt aan te sluiten.

Voice Dialogue is bovendien een psychodynamische methode, terwijl het narratief van migranten veel vaker externaliserend is. Problemen worden benoemd in relatie met de omgeving of met de verschillende (herkomst-, vader of moeder)landen.

Deze bedenkingen betekenen in ieder geval dat de begeleider ook deze externe factoren in de sessies moet betrekken, door bijvoorbeeld stem te laten geven aan wat de familie van iets vindt. Volgens Robert Stamboliev leent de methode zich hier goed voor. Het is wel belangrijk energie bij mensen aan te boren, maar niet belangrijk is hoe je deze energie benoemt. Dit kan in termen van ‘ikken’, maar ook in termen van relaties, van personen in de familie of gemeenschap, of in termen van somatische begrippen. Als iemand ‘hartpijn’ heeft en allerlei psychosomatische klachten, ga je in gesprek met iemands ‘hart’.

In de demonstratiesessies kwamen Paula en Hatice met goed geformuleerde hulpvragen. Dit werkt misschien bij coaching van bekwame professionals, maar zal niet altijd het geval zijn in therapiesessies. Verschillende deelnemers wezen op het belang van exploreren en de hulpvraag verduidelijken. Hun ervaring in migrantenhulpverlening is dat niet alleen de migrant er zit met zijn of haar problemen, maar de hele familie en het systeem. Dit vraagt dat de begeleider deze relaties in de sessie betrekt, bijvoorbeeld door te vragen naar de relatie van de ‘subpersoon’ met andere mensen in de familie of de gemeenschap. Doorvragen kunnen dan een andere formulering krijgen, zoals ‘wie in je omgeving weet hiervan?’ De interculturele toepassing van Voice Dialogue zou gebruik kunnen maken van de terminologie en ervaringen uit de systeem- en gezinstherapie met migranten.

Veel deelnemers zagen de methode vooral van toepassing bij tweede en derde generatie migranten. Zij zijn in hun dagelijks leven gewend zich in meerdere subculturen te begeven en kunnen zich door middel van Voice Dialogue beter bewust worden van de kracht van hun (culturele) identiteiten.

En vanuit dat bewustzijn beter sturing geven aan hun leven.

Onderzoek en ontwikkeling

De eerste verkenning van de interculturele dimensie van Voice Dialogue in een Masterclass leverde voldoende aanknopingspunten op om een vervolg te initiëren. In oktober 2005 start dan ook een Leergang Voice Dialogue en migranten. Ervaren migrantenhulpverleners worden getraind in Voice Dialogue en zullen deze methode onder supervisie toepassen bij hun cliënten. Parallel aan de Leergang vindt een onafhankelijk onderzoek plaats, dat de toepasbaarheid bij migranten en vluchtelingen verder gaat onderzoeken. Dit onderzoek wordt uitgevoerd onder supervisie van Mikad0.

Referenties

Dijk, P. van (2003). Geneeswijzen in Nederland. Compendium alternatieve geneeswijzen, 9e druk. Deventer: Ankh Hermes.

Halbertsma, L. & Stamboliev, R. (2002). Polariteiten in personal coaching. Opleiding & ontwikkeling, 10, 23-26.

Jessurun, N. (2002). Transculturele vaardigheden. Amsterdam: Beta Gamma.

[1] Paula en Hatice zijn fictieve namen. Net als de namen zijn enkele details in de casuïstiek van beide voorbeelden aangepast zodat herkenning niet (meer) mogelijk is.

MENU