
Robert Stamboliev
Verslag door Dirk Corstens
In september 1997 vond in Maastricht een 5-daagse workshop Voice Dialogue voor stemmenhoorders plaats. Op initiatief van Marius Romme was Robert Stamboliev, trainer en hoofd van het Instituut voor Transformatie Psychologie, uitgenodigd om met een aantal ervaren therapeuten uit de RIAGG Maastricht de methode te beproeven met stemmenhoorders. Voor zowel trainer, deelnemers en stemmenhoorders was dit een experiment. Het was onze bedoeling te proberen met de stemmen van de stemmenhoorders in contact te komen. Misschien dat dat therapeutische mogelijkheden zou bieden die andere methoden niet hebben. Dat we stemmenhoorders zo zouden kunnen helpen bij het omgaan met hun stemmen. De methode van Voice Dialogue leek ons daarvoor bij uitstek geschikt.
De opzet van de workshop was zo dat we eerst twee dagen op elkaar zouden oefenen en dat we daarna drie dagen met stemmenhoorders de methode van Voice Dialogue zouden proberen. Zowel met sommigen van onze eigen, dus goed bekende, cliënten als met stemmenhoorders die we nauwelijks als cliënt kenden.
Eerst kregen we een korte introductie door Robert over het Voice Dialogue werk. Ik zal deze hier samenvatten. Het een en ander is geciteerd en uitgebreid na te lezen in het boek van Robert Stamboliev: De energetica van Voice Dialogue, uit 1991, uitg. Mesa Verde Amsterdam, ISBN: 9071298043.
Het bewustzijn wordt in Voice Dialogue opgevat als een dynamisch proces met drie niveaus:
- Het Gewaarzijn; het zonder een oordeel te vormen of behoefte te voelen gebeurtenissen te veranderen waar te nemen.
- Ervaring van energiepatronen; delen die persoonlijk bepaald zijn, subpersoonlijkheden en delen die genetisch bepaald zijn, archetypen.
- Het Ego; het deel van ons dat keuzes maakt, het ego identificeert zich met verschillendeenergiepatronen.
Het bewustzijn is een voortdurende stroom van psychische energie, die tussen twee polen stroomt, zoals het beeld van de lemniscaat.
Het doel van Voice Dialogue is transformatie op de drie nivo’s van bewustzijn.
- Toename van het Gewaarzijn, het objectief getuige zijn van meer aspecten van zichzelf en de omgeving.
- Ervaren van energiepatronen, zowel van zgn. Primaire Ikken, van Verstoten Ikken als van niet ontwikkelde delen.
- Een bewuster Ego, het ego disidentificeert zich van de subpersoonlijkheid die hem beheerst en heeft toegang tot een veel groter aantal energiepatronen.
De behandelaar wordt “begeleider” genoemd. Dit om zijn neutrale en faciliterende positie te benadrukken. De begeleider doet niets anders dan het proces wat zich in een persoon voltrekt zichtbaar te laten maken.
De methodiek (= energetica) van Voice Dialogue is te verdelen in een aantal fasen. Een zitting verloopt volgens dit fasemodel.
Fase 1: de plek van het Ego.
Centreren, ontspannen, gewaarzijn van zowel energetische als verbale communicatie. Resonantie en het zogenaamde scannen. De begeleider probeert de energie waar de persoon zich in bevindt op te pakken. Het is belangrijk niet tegen de overheersende energie in te gaan maar juist meegeven. Eventueel kan een agenda voor de zitting gemaakt worden.
Fase 2: separeren van een energiepatroon.
Een andere plek in de ruimte laten kiezen. Een plek ten opzichte van de oorspronkelijke “ego-positie” waar dit energiepatroon (= deelpersoonlijkheid) zich het best voelt. Vragen wat dit deel denkt, voelt of graag doet.
Energetisch open stellen, resoneren en induceren. Met induceren wordt het versterken van het energiepatroon bedoeld. Letten op binnenkomende andere energiepatronen. De taal en houding afstemmen op de Ik die op dat moment aanwezig is. Bijvoorbeeld vanuit de eigen Beschermer contact maken met de Beschermer van de ander. Het deel uitnodigen zich kenbaar te maken en de energie te laten stromen. Uiteindelijk zal de energie afnemen (lemniscaat) en verschuiven naar een ander deel.
Fase 3: naar het volgende deel.
Een andere plek in de ruimte kiezen. De begeleider moet zich schonen van de energie en houding van het voorgaande deel en opnieuw centreren, ontspannen en verbinden. Openstellen voor de energie. Induceren. Meestal is dit een deel wat een tegengestelde functie heeft, een tegengestelde energie, dan het voorgaande deel.
Fase 4: Terug naar de plek van het Ego.
Kijken of de verkenning voltooid is of niet. De betrokkene zal dit zelf meestal goed aanvoelen. Scannen van energievelden.
Fase 5: Gewaarzijn.
De betrokkene staat of zit naast de begeleider die kort herhaalt, zonder te oordelen, objectief, wat hij heeft waargenomen.
Fase 6: Aarden van de ervaring.
De betrokkene gaat terug naar de plek van het ego. Hier kan nagepraat worden over de sessie. De begeleider gaat na of de betrokkene in evenwicht is. De betrokkene in staat stellen zich energetisch los te maken van de begeleider.
Het zelf ondergaan en oefenen met de techniek verhelderde voor ons veel van de techniek. Het is een noodzaak om de techniek onder de knie te krijgen. Het werd ervaren als een hele bruikbare methode om eigen blokkades of moeilijk te doorgronden reacties te kunnen onderzoeken. Het is meer een onderzoeken dan daadwerkelijk ergens op uit zijn.
De begeleider blijft op de achtergrond, leent zich om wat bij de ander speelt te versterken en te verduidelijken. Je leert een ander erg goed kennen. Het is meer een intensieve ontmoeting waar je veel energie in steekt. In dit eerste stuk kwam dus vooral onze persoonlijke groei aan bod.
Over het werk met de stemmenhoorders zelf moet ik om reden van privacy summier zijn. Het is een veel gehoorde opvatting en een bruikbare praktijk in de psychiatrie dat je niet inhoudelijk op “hallucinaties” mag ingaan. Het zou de neiging om psychotisch te worden, desintegratie, versterken en zodoende de toestand van de patiënt verslechteren. Dit hebben we, gelukkig, bij geen van de betrokken stemmenhoorders gemerkt. Ook na een jaar blijkt uit niets dat dit “experiment” nadelige invloed op betrokkenen heeft gehad. Het was ook al eerder onze indruk dat mensen zich juist gehoord voelden als we met hun over de stemmen praatten. Dat we echter rechtstreeks de stemmen aanspraken was onbekend terrein voor de meesten van ons. Het is echt een confrontatie met de belevingswereld van de stemmenhoorder. Je hebt rechtstreeks contact met de stemmen, als deze dat tenminste willen, want dat was niet steeds het geval. Je ervaart dan aan den lijve wat het is om met de stemmen te moeten leven. Dat dit niet makkelijk is spreekt voor zich.
Zo ontmoetten we een hele boze stem die alleen in het Duits sprak. Van belang bleek ons niet te zeer te laten afschrikken maar de boosheid van die stem te erkennen. Juist als deze energie erkent komt er uiteindelijk ontspanning en daarmee ook inzicht in de tegenpool. Meestal een verdrongen energie of toestand. Moeilijk was echter om de eigen angst niet de boventoon te laten voeren en je eigen veiligheid te blijven bewaken.
Bij een ander bleek het moeilijk om van een afstand naar de stemmen te kijken, om deze als een deel van zichzelf te plaatsen. De stemmen werden in dit geval als niet bij zichzelf horend ervaren.
Bij een volgende bleek het heel makkelijk om met een stem contact te krijgen. Die stem had er zelfs veel schik in. Een andere stem echter, een veel negatievere, wilde zich niet laten kennen. Het bleek voor deze persoon een opluchting dat de behandelaar kon meemaken wat deze zelf dagelijks meemaakte.
Een stemmenhoorder ervoer de sessies als prettig omdat hij eindelijk het gevoel had niet “gediagnostiseerd” te worden. Iemand die heel wat traumatische ervaringen heeft opgedaan in de psychiatrie.
Bij iemand kwamen de deelpersonen heel makkelijk naar voren. Hierdoor kregen de behandelaar/begeleider en de stemmenhoorder meer zicht op bepaalde traumatische gebeurtenissen die betrokkene zelf niet goed kon herinneren. Ook hier merkten we dat hulpverleners de neiging hebben te vroeg over te nemen en niet de energie in volle kracht te laten komen. Ook kwam bij iemand een positieve stem naar voren. Een stem die meer licht wierp op de redenen van bepaalde gedragingen.
Moeilijkheden die wij hadden met de methode waren bijvoorbeeld echt te “begeleiden”, d.w.z. open vragen te stellen en met de energie mee te gaan en er achter te staan. We zijn geneigd om veel over te nemen en heel concreet te kijken naar hoe dingen functioneren en niet ze te laten “zijn”. In onze dagelijkse praktijk zijn we voortdurend aan het interpreteren. Daar stuit je met deze methode meteen op. Hier moet je het tegendeel doen. Niet de interpretatie maar de acceptatie (van de energie) staat voorop.
Al deze ervaringen laten zich moeilijk beschrijven. Wel was duidelijk dat de ervaringen voor ons allen positief uitpakten. Het lijkt een bruikbare methode om bepaalde conflicten die door de stemmen verwoord worden naar voren te halen. Tegelijk echter is onze ervaring met deze methode beperkt en zal het werken op langere termijn misschien meer duidelijkheid geven over de plaats van de methode in een breder behandelingsaanbod. Het is geen panacee, in het werken met stemmenhoorders zijn ook nog andere methoden bruikbaar en misschien is de methode niet altijd een ingang.
De laatste dag kwam Robert met een aantal aanbevelingen op grond van de ervaringen van deze week. Met betrekking tot het werken met mensen die stemmen horen kun je met Voice Dialogue een aantal ingangen kiezen:
- De stem toelaten en rechtstreeks of via tussenkomst van de persoon zelf met hem/haar spreken en contact maken. Het is mooi als je een goed onderscheid kunt maken tussen ego-positie en subpersonen (energieën), maar niet altijd mogelijk. Maak er in elk geval geen halszaak van. Als de stem ervaren wordt als ego-dystoon, niet bij hemzelf horend, dan is het (in elk geval aanvankelijk) alleen maar mogelijk via de ego-positie contact te maken.
- Iets in jou wat je aanspreekt in de stem. Contact maken met een deel dat contact heeft met de stem.
- Channeling. Dit is het vanuit de ego-positie, zonder hulp van buitenaf (energetisch) contact maken met de subpersonen in zichzelf. Dus kan dit in principe ook met de stem. Mensen moeten in het algemeen wel ervaring hebben met het werken met subpersonen.
- Met subpersonen werken, via de stoelentechniek. In dit geval wordt contact gemaakt met primaire delen, zonder dat de stem rechtstreeks wordt aangesproken.
- Werken met de kant die zich beter kan uiten. Eigenlijk als boven, vanuit het besef dat de stem moeilijk of niet bereikbaar is. (bijvoorbeeld als “de deur” dicht zit)
Er zijn naast directe technieken ook een aantal indirecte technieken om de stemmen te ontmoeten. Je kunt dus op (Deel-) Personen-nivo of op Stemmen-nivo werken.
Uit de scriptie van Anouk Barteling (Stemmenhoren en Voice Dialogue, A. Barteling, 1996), die de eerste twee dagen met de training hielp, komen ook een aantal conclusies en aanbevelingen naar voren:
- De veiligheid en de functie van de Beschermers is zeer belangrijk bij het werken met stemmenhoorders. De beschermende functie is echter vaak onvoldoende effectief. De Beschermer is een deelpersoon die bij de meeste mensen herkenbaar is en die als doel heeft bepaalde pijnlijke ervaringen af te stoppen. Er is altijd een risico dat teveel pijnlijke zaken te snel naar voren komen. Om te kunnen werken met de Voice Dialogue methode moeten de beschermende functies wel enigszins ontwikkeld zijn.
- Er wordt door Voice Dialogue een bewust en sterker ego ontwikkeld die keuzes kan maken en door het Gewaarzijn ziet wat er gebeurt.
- Door het strekken van de energie van de stem kan de spanning verminderen en eventueel een tegenpool opgeroepen worden die tegenwicht biedt tegen de stem. In andere woorden een stem die gehoord en erkend wordt komt tot bedaren en geeft ruimte voor andere ervaringen.
- De begeleider gaat uit van de beleving van de cliënt. De cliënt bepaalt waar die aan wil werken. Het doel moet niet zijn bijvoorbeeld “die stem wegkrijgen” maar “wat wil jij onderzoeken met deze methode”.
- De methode geeft inzicht in de primaire en verstoten subpersoonlijkheden, en dus informatie over hoe de cliënt omgaat met de stemmen en anderen in het algemeen.
- De angst die vrijkomt moet beheersbaar zijn, eventueel is dat m.b.v. medicijnen nodig. Ook al is onze ervaring positief. Het is niet aan te bevelen om zomaar bij iedere stemmenhoorder dit toe te passen. Daar werd ook al bij de beschermende functie op gewezen. We weten nog niet of er “contra-indicaties” voor deze methode zijn. Het lijkt voor de hand te liggen als iemand psychotisch is (als alles buiten de persoon een onvoorwaardige betekenis krijgt voor die bepaalde persoon) dit bijvoorbeeld niet toe te passen. Maar waar ligt de grens?
- Een goede opvang thuis is van belang.
- De begeleider moet ook klinisch onderlegd zijn. Moet ervaring hebben met psychiatrische klachten.
- Een overzichtelijk aantal sessies en een duidelijke doelstelling dienen te worden afgesproken zodat zaken goed kunnen worden afgerond. Tussentijdse evaluaties om te bekijken of doelstellingen nog overeenstemmen.
- De begeleider dient zijn/haar eigen energieën/subpersonen die aan bod komen goed te kennen zoals angst, onmacht, spirituele en instinctieve energieën. Ervaring met en supervisie over het werken met deze groep mensen is dus een voorwaarde. Je moet jezelf ook goed kennen.
Conclusie
Al met al een boeiende workshop die ons veel materiaal verschafte om te overdenken en mogelijk in een aantal gevallen een bruikbare methode om met stemmenhoorders te kunnen werken en verder te komen. Toekomstige ervaringen dienen echter wat meer uitsluitsel te geven over mogelijkheden en beperkingen. Een eerste aanzet tot ontwikkeling van deze kennis is hiermee echter wel gegeven.
Dirk Corstens, Maastricht 1997












